Life of a writer

Life of a writer

Een knipperende cursor op een nog wit scherm. Ik knipper terug met mijn ogen en ga wat verzitten op mijn stoel. Een slok koffie. En nog een. Ik schuif mijn mouwen omhoog. De cursor knippert bemoedigend.

Het Word-document is in ieder geval geopend. Hey, dat is stap één toch?

Ik ga ervan uit dat Grunberg en Van der Heijden ook zo beginnen. Dat zij ’s ochtends hun laptop opstarten en vervolgens een leeg document openen. Of zouden zij met de hand schrijven? En papieren vol krabbeltjes om zich heen hebben liggen.

Ik stel me een kamer voor die lijkt op een oude bibliotheek. Kasten vol stoffige boeken, een oud teakhouten bureau en zo’n grote glazen presse-papier. Uitzicht op het zuiden. Het zuiden van hun stad of dorp. Waar schrijven zij eigenlijk? Ik vraag het me af terwijl ik naar de witte muur voor me staar.

Writersblock?

Ik heb nog precies twee maanden, een week, vier dagen en twaalf uur om mijn eerste boek FIT AS FCK te schrijven. Om het manuscript af te hebben. En de afgelopen twee dagen heb ik precies nul woorden geschreven.

Wel is mijn huis heel erg schoon, als ook het trappenhuis, blinken de ramen, zijn mijn schoenen gesorteerd op kleur en hebben we een nieuwe deurmat. Vergis je niet in het belang van een goeie deurmat.

Is dit dan wat ze een ‘writersblock’ noemen? Afgelopen zondag stuurde ik het eerste deel wat inmiddels af is naar mijn redactrice. Na twee dagen niets te hebben vernomen belde ik haar op. Ietwat zenuwachtig vertelde ik haar dat ook ik het inderdaad maar niks vond, en dat ik zelf al begonnen was aan het aanpassen van sommige delen.

Maar waarom, vroeg ze, ik vond het juist heel goed! Ik was net bezig jou een email te sturen met een paar tips en aanwijzingen, maar verder vind ik dat je echt al een heel eind bent met dit deel.

O.

Rode pijlen

Tijdens mijn studie Journalistiek en later tijdens mijn werk bij verschillende magazines weet ik nog hoe erg het mij raakte als ik geredigeerde stukken terug kreeg. Met grote rode kringen en pijlen en vraagtekens door mijn tekst. Ik kromp ineen bij ieder doorgekraste zin. Hallo, daar had ik misschien wel een uur op gezeten! Geen enkele redacteur die daar iets om gaf. Het leerde mij wel kort en bondig te schrijven.
Kill your darlings.

Nadat mijn redactrice beloofde geen rode pijlen door mijn tekst te zetten hing ik ietwat gerustgesteld op. Dat is nu twee dagen geleden en sindsdien heb ik geen woord meer geschreven.

Het is niet dat ik niet weet wát ik wil schrijven. Het zit allemaal veilig in mijn hoofd en als je mij ernaar vraagt, kan ik het je zo uitleggen. Ik heb zelfs een complete indeling gemaakt, en ook zonder die indeling weet ik wat ik wil vertellen.

Ik vínd ook echt dat ik wat te vertellen heb over ‘fit as fck’ zijn.

Ik weet wat ik wil zeggen, het zit allemaal in mijn hoofd.

Maar waarom zit ik dan al een uur naar een knipperende cursor te staren?

Perfectionistisch?

Ergens weet ik het wel. Ik ben redelijk perfectionistisch (faalangst kun je het ook noemen) en ik kan gerust vijf minuten over één zin doen. Dan schrijf ik een zin en lees ik ‘m. Vervolgens lees ik ‘m nog eens. En nog eens. Dan haal ik een woord weg. Of ik vervang het en dan lees ik het nog eens. Nee. Opnieuw. Afijn, you get the picture. Twee maanden, een week, vier dagen en elf uur.

Ik wil zó graag dat jij straks mijn boek leest en het direct snapt. Ik wil dat je die ene zin leest, of dat ene woord en denkt Ah Yes! Ik snap het! Dit had ik nodig!

Ik wil dat je mijn verhaal leest, en mijn visie op een gelukkig en gezond leven. Ik wil dat je door mijn boek straks in de shape van je leven bent. Ik wil dat je het niet alleen begrijpt maar ook voelt. Tot in je ziel. Dat je die ene zin nog eens leest, en nog eens, net als ik dat heb gedaan, en instemmend knikt.

Een boek schrijven is mijn meisjesdroom. En die droom is aan het uitkomen, maar men, wat is dit soms moeilijk! Er zijn momenten dat ik zit te tikken (zoals nu deze blogpost, ik moest het kwijt), en voor ik het weet staan er niet veel later 3000 woorden op de teller. Andere dagen vind ik álles interessanter dan mijn laptop en twijfel ik aan ieder woord wat ik schrijf.

Als ik maar lang genoeg naar de knipperende cursor staar, lijkt het net of het knipperende streepje een SOS-signaal uitzendt. Kort-kort-lang. Kort-kort-lang. Zouden Grunberg en Van der Heijden mijn signalen opvangen? Zouden schrijvers een soort gezamenlijke morsecode hebben?

Genoeg gezeurd nu. Ik schrijf wat woorden op en als vanzelf vormen die woorden de zinnen van een verhaal. Mijn verhaal.
En dat kun jij in het voorjaar van 2018 lezen.

X

Anne

Share it: Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+Share on TumblrPin on PinterestEmail this to someone