De gelukkige wasbordgeneratie

De gelukkige wasbordgeneratie

Gisteren zat ik op het terras bij een niet nader te noemen koffiegigant te slurpen van mijn Iced Latté. Naast mij zat een meisje met een – ik denk – cappuccino en net als ik had ze haar telefoon in haar hand. Op haar scherm (geef mij een zonnebril en ik word creeper eerste klas) zag ik het bekende logo van MyFitnessPal verschijnen en ik vermoed dat ze – terwijl ze haar koffie dronk – dit direct in haar logboek noteerde. Good job. Toch?

Het zette mij aan het denken. Met alle berichten van de afgelopen tijd over de nieuwe ‘wasbordgeneratie’ en verontruste voedingsdeskundigen ‘die dit de afgelopen vijftien jaar nog niet hebben meegemaakt’ (het afwegen van voeding en het tellen van calorieën red.), vraag ik me dagelijks af: zijn we écht niet aan het doorslaan? Begrijpen we waaróm we calorieën tellen en voeding afwegen en met welke doelen we dit doen?

Dat klinkt misschien raar uit mijn mond, want ik sta vooraan in de rij met juichende mensen als iemand zijn voeding trackt en weet waar hij of zij mee bezig is en ook nog eens resultaat boekt. Ik word blij van weer een babybicep op Instagram (yo, jullie noemen het zelf zo) en ik word nog blijer van iedereen die blij wordt van krachttraining en ‘misschien wel mee wil gaan doen met een wedstrijd’. Over het algemeen word ik gewoon blij van gelukkige lifters en juist aan dat ‘gelukkige’ twijfel ik wel eens.

In die laatste uitspraak zit namelijk ook meteen de valkuil. Want ‘meedoen aan een wedstrijd’ of in ieder geval een wedstrijdfysiek nastreven; is dat omdat je dat écht wil, is dat omdat bodybuilding (want laten we het beestje een naam geven) je leven is, is dat omdat je er alles maar dan ook alles voor op wil geven en dat misschien al wel doet? Of is een ‘wedstrijdfysiek’ voor jou een legitieme reden om fucked up met voeding om te gaan?

En met fucked up bedoel ik geen eetstoornissen, maar wel problemen met voeding. Lees eetbuien, (te) strikte diëten, het ontzeggen van volledige macronutriënten, binge-eating en een compleet verstoorde relatie met eten. Believe me, ik ken het, en ik herken je. In de wereld van wedstrijdatleten zijn verstoorde verhoudingen met voeding en eetstoornissen geen onbekend verschijnsel.

Want laten we wel wezen. In deze sport moet je iedere kruimel tellen. Leef je volgens strakke dieet- en trainingsschema’s en is iedere dag, 24/7, de aandacht gevestigd op jouw lichaam. In de eerste plaats door jou en je triljoen mirrorselfies, maar ook door mensen in de gym die jou zien trainen, je coach, je vriend, vriendin, ouders, en niet op de laatste plaats straks door een jury. Daarvoor moet je sterk in je schoenen staan. Daarvoor moet je gezond zijn, gezond blijven en er het liefst heel gelukkig van worden. Naar mijn mening geldt dit laatste eigenlijk voor iedereen die bezig is met het creëren van zijn of haar droomfysiek. Wedstrijd of niet.

Ben je dit niet, dan val je vanzelf een keer door de mand.

Wil ik met dit verhaal een punt maken? Misschien, ik weet het niet. Het is in ieder geval een mooie inleiding naar een artikel van de Australische personal trainer Nardia Norman dat ik laatst tegenkwam waarin ook zij zich zorgen maakt om atleten en hun relatie met voeding.

Ik weet alleen dat ik de laatste keer dat ik geen grammen en calorieën in mijn hoofd aan het tellen was niet kan herinneren. Maar goed, dat is dan ook een groot deel van wat ik moet doen om het podium op te kunnen met een 2.0 versie van mezelf. Waar ik dan weer intens gelukkig van word.

Het meisje wat haar cappuccino invoerde zag er overigens hartstikke gelukkig uit, dus over haar heb ik het niet. Maar geldt dat ook voor jou? Ben jij gelukkig met de manier waarop je omgaat met je voeding en training?